LW Actualiteiten

Terug

Ontbinding op de cumulatiegrond: al meer duidelijkheid?

datum: 27 oktober 2020

Met de Wet arbeidsmarkt in Balans (WAB) is er een nieuwe ontslaggrond toegevoegd: de i-grond, ook wel cumulatiegrond genoemd. De cumulatiegrond maakt het sinds 1 januari 2020 voor werkgevers mogelijk om twee of meer ontslaggronden te combineren zodat deze samen een ‘voldragen’ ontslaggrond vormen. Bij toewijzing op de i-grond kan de kantonrechter bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer een extra vergoeding toekennen van maximaal 50% van de transitievergoeding. Maar wanneer gaat de rechter over tot ontbinding op de i-grond? Rechtbank Midden-Nederland is tot op heden de enige rechtbank waar - tot driemaal toe -  een ontbindingsverzoek op de i-grond is toegewezen (mét een transitievergoeding van 150%).

 

Toewijzing 1 en toewijzing 2

In de eerste twee zaken, gewezen op 6 juli 2020 en 24 juli 2020 (link en link) verzocht de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege disfunctioneren (de d-grond), een verstoorde arbeidsrelatie (de g-grond) of een combinatie van beide gronden (de i-grond). De rechter oordeelde in beide gevallen dat werkgever werknemer geen reële mogelijkheid had geboden om zijn functioneren te verbeteren, waardoor er geen voldragen d-grond was. Volgens de rechters was er ook geen sprake van een voldragen g-grond, omdat de belangrijkste oorzaak van de verstoorde arbeidsrelatie gelegen was in een meningsverschil over het disfunctioneren van werknemer. Aldus was de aangevoerde verstoorde arbeidsverhouding was in beide zaken onlosmakelijk verbonden met het vermeende disfunctioneren van de werknemers. Om tot ontbinding op de i-grond over te kunnen gaan, was volgens de kantonrechters onder meer vereist "dat er sprake zou zijn van één bijna voldragen ontslaggrond". Dat was volgens de kantonrechter in beide gevallen wél het geval: ontbinding op de i-grond werd toegewezen. De kantonrechters kwamen tot dit oordeel omdat zowel door de twee werkgevers als door de twee werknemers geïnvesteerd was in het herstellen van het vertrouwen (door mediation) en dit vertrouwen niet was hersteld, wat bleek uit de vrijstellingen van de werknemers.  

 

Toewijzing 3

In de derde zaak , gewezen op 10 september 2020 (link), verzocht de werkgever de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege verwijtbaar handelen (de e-grond), een verstoorde arbeidsrelatie (de g-grond) of een combinatie van beide gronden (de i-grond). Hier oordeelde de rechter dat de verwijtbaarheid van de werknemer en de verstoring van de arbeidsrelatie zodanig waren, dat van de werkgever niet kon worden verwacht de arbeidsovereenkomst voort te zetten, maar van een apart voldragen e- of g-grond was volgens de kantonrechter geen sprake. Er kon volgens de kantonrechter wel op de i-grond ontbonden worden omdat “om op de i-grond te kunnen ontbinden, de te combineren ontslaggronden niet ‘voldragen’ hoeven te zijn, maar (in dit geval) de verwijtbaarheid aan de zijde van de werknemer en de verstoring van de arbeidsverhouding moeten wél zodanige substantie hebben dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren”. De kantonrechter oordeelde dat dit het geval was. De arbeidsverhouding was verstoord en daaraan hadden beide partijen bijgedragen (g-grond) en werknemer had zich dusdanig opgesteld waardoor zodanige onderlinge spanningen zijn ontstaan (e-grond) dat redelijkerwijs van werkgever niet meer kan worden gevergd in die situatie nog moeizaam een weg te zoeken.. 

 

Een afwijzing met een duidelijke toelichting

Bovengenoemde uitspraken maken nog niet helemaal duidelijk wanneer ontbinding op de i-grond wordt toegewezen. De eerste twee kantonrechters gebruiken namelijk dezelfde (tamelijke summiere) redenatie, maar de derde kantonrechter gebruikt weer een andere (tamelijk summiere) redenatie om tot ontbinding op de i-grond te kunnen overgaan. De kantonrechter bij Rechtbank Gelderland (13 oktober 2020) – waar ontbinding werd afgewezen - geeft meer duidelijkheid:

“ Blijkens de wettekst gaat het bij de i-grond niet om een combinatie van de (meer of minder voldragen) gronden, maar om ‘een combinatie van omstandigheden genoemd in twee of meer van de gronden, bedoeld in de onderdelen c tot en met h’ (art. 7:669 lid 3 aanhef onder i BW). Dat er voor cumulatie omstandigheden moeten zijn die in ieder geval genoemd worden in twee of meer van de gronden c t/m h is uitgangspunt. Dat betekent dat als beweerdelijke omstandigheden, gelinkt aan een bepaalde grond niet zijn komen vast te staan, deze omstandigheden bij de cumulatie niet kunnen worden meegenomen. ‘Nul’ plus ‘iets dat niets is’ wordt niet meer dan dat ‘iets dat niets is’. Als derhalve niet is gebleken van door de werkgever gestelde omstandigheden passend binnen een bepaalde grond, kunnen die niet meewegen bij cumulatie. Dan zijn er immers geen omstandigheden genoemd in de betreffende grond (c t/m h). Waar het veel meer om gaat dan om een fictieve nogal mathematische optelsom van gronden, is of de verschillende aangedragen omstandigheden, die genoemd worden in twee of meer van de gronden c t/m h, ervoor zorgen dat van een werkgever in het concrete geval niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.”

 

Conclusie

Aan de hand van de genoemde jurisprudentie kan geconcludeerd worden dat het van belang is dat er sprake is van omstandigheden passend binnen een bepaalde aangedragen grond (bijvoorbeeld disfunctioneren), die daadwerkelijk zijn komen vast te staan. Deze vaststaande omstandigheden binnen verschillende gronden moeten vervolgens een dusdanig gewicht in de schaal leggen dat door alles tezamen van werkgever in redelijkheid niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Alleen dan lijkt een kantonrechter open te staan om tot ontbinding op de i-grond over te gaan. Vragen over de i-grond? Neem dan contact op met mij

 

Auteur: Nienke van der Linden

Bron uitspraken:  Rechtbank Midden - Nederland, 6 juli 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020: 2705Rechtbank Midden-Nederland, 24 juli 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:3327,  Rechtbank Midden-Nederland, 10 september 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:3800 en Rechtbank Gelderland, 13 oktober 2020, ECLI:NL:RBGEL:2020:5426.

 

Ontbinding op de cumulatiegrond: al meer duidelijkheid?