Ervaren advocaten

 

De geheimhoudingsplicht is één van de fundamentele beginselen voor de uitoefening van het beroep van advocaat. Het is van het grootste belang dat iedere cliënt hier onvoorwaardelijk op kan vertrouwen. Dit betekent dat een advocaat moet zwijgen over bijzonderheden van door hem behandelde zaken, de persoon van zijn cliënt en de aard en omvang van diens belangen. Dat maakt het lastig om aan de hand van concrete voorbeelden inzicht te verschaffen in het soort zaken dat de advocaat heeft behandeld, tenzij zaken reeds via andere kanalen openbaar zijn gemaakt. Om een beeld te geven van het soort zaken dat de advocaten van Lieshout Westerhout Advocaten zoal behandelen volgt hierna een overzicht van zaken die in het verleden door een van onze advocaten zijn behandeld onder vermelding van vindplaats(en) in tijdschriften en/of op het internet.

 

ECLI:NL:RBDHA:2015:16283

Disfunctionerende werknemer, verbetertraject onvoldoende, verzoek om ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout

 

ECLI:NL:RBAMS:2012:BW6495

Wedertewerkstelling. KG. Ontduiking van art 668a BW niet rechtsgeldig. Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan. Loondoorbetaling toegewezen. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout

 

ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ8887

Inhoudsindicatie: Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst. Na bouwfraude-affaire in 1994 is bij verzoekster de 'gedragscode integriteit' geïntroduceerd. Verweerder heeft in strijd met deze gedragscode zijn betrokkenheid (als vennoot) bij een onderaannemer van verzoekster niet aan het bestuur gemeld. Overtreding gedragscode levert verandering van omstandigheden op. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Geen vergoeding. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout

 

ECLI:NL:RBSGR:2006:BA4222

Werkgeefster verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens het vervallen van de functie van werknemer ten gevolge van het doorvoeren van veranderingen in de organisatie. Werkgeefster biedt een vergoeding aan conform het Sociaal Plan. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, maar acht het Sociaal Plan niet van toepassing nu dit is geschreven met het oog op een reorganisatie en een daarmee verband houdende collectieve ontslagaanvraag bij de CWI die echter gebaseerd was op een andere grond dan thans aan de orde is en welke ontslagaanvraag door de CWI is geweigerd. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout

 

ECLI:NL:RBHAA:2004:AR4396

Uitleg van de betreffende CAO bepalingen leidt niet tot de conclusie dat werkgever de reiskosten (en reisuren) van haar werknemers op een verkeerde manier berekend. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:RBMID:2007:AZ9804

Ontbinding afgewezen in kader collectief ontslag. Eerdere weigering door CWI; integrale toetsing van de betrokken belangen. Belang werkgever moet sterk gerelativeerd worden. Belang werknemer ivm leeftijd en vroegpensioen groot.Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout

 

ECLI:NL:GHAMS:2007:BA7301

BAM Wegen heeft eind 2005/begin 2006 met de vakbonden onderhandeld om te komen tot een van artikel 15 van de CAO afwijkende regeling voor de opvang van de discontinuïteit binnen haar onderneming. Nadat deze onderhandelingen waren vastgelopen, heeft BAM Wegen in overleg met en na instemming van haar Ondernemingsraad de Raamwerkregeling binnen haar onderneming vastgesteld. Deze regeling is, zoals het hof hiervoor heeft overwogen, in strijd met artikel 15 en 16 van de CAO. Op grond van de hiervoor geschetste gang van zaken zijn de vakbonden ten onrechte buiten spel gezet en waren zij genoodzaakt door rechterlijke tussenkomst naleving van de CAO af te dwingen. Gelet hierop hebben de vakbonden voldoende aannemelijk gemaakt dat zij immateriële schade hebben geleden, bestaande uit het verlies van vertrouwen en prestige bij haar leden en de aantasting van haar werfkracht ten aanzien van het aantrekken van nieuwe leden. De vakbonden hebben daarmee hun vordering voldoende toegelicht, terwijl de aard van deze schade, gelet op artikel 16 WCAO, meebrengt dat deze naar billijkheid door de rechter wordt vastgesteld. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:RBAMS:2018:2801

Een voormalig werknemer van Hewlett Packard krijgt naast de reeds ontvangen vergoeding geen aanvullende toeslag. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:RBZWB:2013:3649

Werkgeversverzoek om de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens bedrijfseconomische redenen. Verweer van werknemer verworpen dat bij de invulling van de (nieuwe) functie een onjuiste selectie is toegepast. Sociaal planen selectiecriteriana overleg met OR tot stand gekomen en in dit geval juist toegepast. Niet gebleken dat lidmaatschap van de OR een rol heeft gespeeld bij keuze voor invulling van de functie. Ontbindingsverzoek toegewezen. Vergoeding toegekend op basis van sociaal plan. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:GHDHA:2016:2430

WWZ-zaak. ontbindingsverzoek ogv d-grond (disfunctioneren werknemer). Bewijsmaatstaf. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:RBAMS:2010:BN4403

Loonvordering na arbeidsconflict. Kantonrechter oordeelt over vraag wat moet worden verstaan onder "het gebruikelijke salaris" dat op grond van vaststellingsovereenkomst moet worden voldaan. In dat kader doet kantonrechter tevens onderzoek naar uitleg van correspondentie van bedrijfsarts betreffende arbeidsongeschiktheid van werknemer. Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels

 

ECLI:NL:RBAMS:2009:BL0290

Statutair directeur vordert opheffing schorsing. Vordering in kort geding afgewezen vanwege gebrek aan spoedeisend belang. Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels

 

ECLI:NL:RBUTR:2011:BQ1144

Werkgever heeft in het kader van een reorganisatie, waarop een sociaal plan van toepassing is, de transportactiviteiten overgedragen aan een derde-ondernemer. Werkgever meent dat daardoor de arbeidsovereenkomst met werknemer geëindigd is. De werknemer betwist te zijn mee-overgegaan. De vraag of bij overgang onderneming werknemer aan het overgedragen bedrijfsonderdeel kan worden 'toegerekend' wordt door de kantonrechter voorshands ontkennend beantwoord. Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels

 

ECLI:NL:RBHAA:2008:BF0256

Beëindiging arbeidsovereenkomst statutair directeur van een besloten vennootschap. Kennelijk onredelijk ontslag. Schadevergoeding. Kantonrechtersformule kan niet als basis of maatstaf dienen voor de hoogte van een vergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag. Dit neemt echter niet weg dat de in de kantonrechtersformule meest bepalende factoren als leeftijd en duur van het dienstverband medebepalend zijn bij de onderhavige beoordeling. Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels

 

ECLI:NL:GHAMS:2011:BP7925

Kennelijk onredelijk ontslag. Gevolgencriterium. Begroting schade na de arresten van de Hoge Raad van 27 november 2009 (NJ 2010/493) en 12 februari 2010 (NJ 2010/494). Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels

 

ECLI:NL:GHDHA:2016:2430

Ontbinding op de d-grond afgewezen. Werkgever heeft te snel geconstateerd dat werknemer ongeschikt was voor de functie die hij vervult. Bovendien is werknemer onvoldoende in de gelegenheid gesteld zijn functioneren te verbeteren. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

ECLI:NL:RBNHO:2015:11482

Arbeidsovereenkomst is in dit geval een voorovereenkomst, die meebrengt dat na iedere oproep van de werkgever tot het verrichten van werkzaamheden die door de werknemer is aanvaard en die heeft geleid tot het feitelijk verrichten van werkzaamheden, een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is ontstaan. Dat betekent dat na de vierde oproep een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan op grond van artikel 7:668a lid 1, onderdeel b, BW, die moet worden opgezegd. Deze zaak is behandeld door: Gé Lieshout.

 

ECLI:NL:GHDHA:2019:182

expats Shell; vaststellingsovereenkomst; hypotax; strijd met goed werkgeverschap? Redelijkheid en billijkheid. Deze zaak is behandeld door: Gé Lieshout.

 

JAR 2008/101, Kantonrechter Utrecht, 19-12-2007, 527912 UC EXPL 07-8103

In geval van ziekte wordt de uitzendovereenkomst geacht met onmiddellijke ingang te zijn beëindigd. Een dergelijk beding is niet in strijd met de wet. Het beding vindt immers zijn basis in de algemeen verbindend verklaarde ABU CAO. Door de ziekmelding is sprake geweest van een nieuwe, tweede uitzendovereenkomst. Vervolgens is een arbeidsovereenkomst gesloten met de werkgever. Het ging om dezelfde functie, te weten Medewerker Customer Service. De werkgever en het uitzendbureau worden beschouwd als werkgevers die ten aanzien van de te verrichten arbeid moeten worden geacht elkaars opvolger te zijn in de zin van art. 7:668a lid 2 BW. Vervolgens is op 4 december 2006 een vierde arbeidsovereenkomst gesloten. Op grond van art. 7:668a lid 1 onder a BW wordt de laatste arbeidsovereenkomst geacht te zijn aangegaan voor onbepaalde tijd. Dat het gaat om aanmerkelijk van elkaar verschillende werkzaamheden is voor de toepassing van art. 7:668a lid 1 onder a niet relevant. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 2001/50, Kantonrechter Rotterdam, 20-02-2001, 295617/00

De kantonrechter oordeelt dat indien niet in geschil is dat een aandelenoptieregeling is overeengekomen en ontbinding van de arbeidsovereenkomst is verzocht, bij het vaststellen van de ontbindingsvergoeding het verlies van de uit aandelenopties voortvloeiende voordelen dient te worden meegewogen. Indien de kantonrechter bij het vaststellen van de vergoeding echter niet alle relevante factoren heeft meegewogen, dan kan onder omstandigheden een niet meegewogen aanspraak als de onderhavige in een afzonderlijk geding aan de eisen van redelijkheid en billijkheid worden getoetst. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 2003/68, Rechtbank Rotterdam, 05-02-2003, 159151/HA ZA 01-1679 (annotatie)

Op het hoger beroep van de werkgever overweegt de rechtbank dat hetgeen in de brief van 9 december 1997 staat partijen als overeenkomst bindt. Omdat partijen echter niet over alle punten overeenstemming hebben bereikt, dient de overeenkomst nader ingevuld te worden aan de hand van art. 6:248 lid 1 BW. Uit de brief valt in elk geval af te leiden dat de werknemer recht had op minimaal 3% van de waarde van het bedrijf van de werkgever, zoals die waarde bij verkoop op beursnotering wordt gerealiseerd. Niet blijkt dat de werknemer voor het verkrijgen van de aandelen of opties een optiepremie verschuldigd was. De werkgever heeft op een later moment aan de werknemer meer aandelen aangeboden dan aanvankelijk het plan was. Er is geen reden om de werkgever niet aan dat aanbod te houden. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.


JAR 2015/182, Rechtbank Midden-Nederland, 03-06-2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:4698, C/16/380533 / HL ZA 14-318

De rechtbank verwerpt de stelling dat het ontslagbesluit vernietigbaar is omdat het niet voldoet aan het bepaalde in art. 2:227 lid 7 BW (advisering over ontslag) en omdat de hoorplicht van art. 2:8 BW zou zijn geschonden. De directeur heeft voldoende gelegenheid gehad om zijn visie op het ontslag naar voren te brengen en het was hem ook duidelijk op welke gronden hij werd ontslagen. Of de ondernemingsraad om advies is gevraagd, is niet relevant, omdat een beroep op dat adviesrecht alleen aan de ondernemingsraad zelf toekomt. De rechtbank oordeelt voorts dat de directeur rechtsgeldig tot statutair directeur is benoemd en dat uit zijn gedragingen blijkt dat hij deze benoeming heeft aanvaard. Het beroep van de directeur op een opzegverbod, omdat hij in wezen functioneel directeur was en niet statutair, slaagt niet. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.


JAR 2009/173, Kantonrechter Leiden, 04-06-2009, 846059\EJ VERZ 09-81210

Gesteld noch gebleken is dat de werkgever op de peildatum jegens deze medewerkers gebonden was aan toezeggingen over een verlenging van de arbeidsovereenkomsten. Het is onjuist dat bij personeelsreductie (alle) arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd niet behoren te worden verlengd. Uit de beleidsregels van het Uwv blijkt dat bij het afspiegelingsbeginsel naar het totale personeelsbestand in dienst van de werkgever dient te worden gekeken, inclusief de werknemers waarvan vaststaat dat het dienstverband binnen 26 weken na de peildatum op een andere wijze tot een einde komt. Echter, breed gedragen wordt de opvatting dat aan een vast contract meer rechtsbescherming behoort toe te komen dan aan een tijdelijk contract. De werkgever had in redelijkheid niet kunnen besluiten om juist de werkneemster boventallig te verklaren. Was de peildatum iets eerder gekozen, dan was de werkneemster niet voor ontslag in aanmerking gekomen. In de onderhavige omstandigheden leidt een rigide toepassing van het afspiegelingsbeginsel dan ook tot een onredelijk resultaat. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 1995/227, Rechtbank 's-Gravenhage, 05-07-1995, 95.494

De Rechtbank stelt vast dat werkneemster, ondanks de overgang van onderneming, nog steeds bij werkgeefster in dienst is. De Rechtbank acht geen dringende reden voor ontbinding aanwezig. Niet is komen vast te staan dat werkneemster zichzelf onbevoegd salarisverhoging heeft toegekend. Ook de andere verwijten -gelden niet afgedragen, tegelijkertijd ziekengeld en salaris ontvangen- acht de Rechtbank niet aannemelijk gemaakt. Voor ontbinding is wel reden, nu beide partijen dit wensen. Daarbij komt aan werkneemster een vergoeding toe terzake van immateriële schade (ƒ 10.000,=), omdat zij ten onrechte door werkgeefster is beschuldigd. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 1994/247, Rechtbank Amsterdam, 02-11-1994, H 93.2015

De Rechtbank wijst de vordering uit hoofde van het concurrentiebeding af, omdat niet is gesteld of gebleken dat werknemer hierdoor ernstig wordt belemmerd om ander werk te vinden. De Rechtbank acht het ontslag evenmin kennelijk onredelijk. Het enkele ontbreken van een afvloeiingsregeling is hiervoor onvoldoende. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 2006/96, Gerechtshof Amsterdam, 30-03-2006, 17/05

Op het hoger beroep van FNV Bouw overweegt het hof dat uitgegaan moet worden van de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de CAO en de toelichting zijn gesteld. Nu een schriftelijke toelichting ontbreekt, moet alleen naar de bewoordingen worden gekeken. Niet weersproken dat andere werkgevers die onder de CAO voor het Bouwbedrijf vallen, bij de berekening van het aantal kilometers uitgaan van de snelste route, als zijnde de meest gebruikelijke. Ook dit mag een rol spelen bij uitleg van de CAO. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

Prg. 1995, 4306, Kantonrechter Alkmaar, 11-01-1995 ECLI:NL:KTGALK:1995:AI9157

Disfunctioneren. De privatisering van werkgeefster, welke in het bijzonder vanaf 1993 tot een cultuurverandering heeft geleid, heeft meegebracht dat aan werknemer, die tot dan goed had gefunctioneerd, strengere eisen worden gesteld waaraan werknemer kennelijk niet zonder meer kan voldoen. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 1998/80, Rechtbank Zwolle, 09-03-1998, 36519/HA RK 98-10

In hoger beroep onderschrijft Rechtbank dat de Kantonrechter ten onrechte artikel 7:685 BW buiten toepassing heeft gelaten. De Kantonrechter heeft miskend dat een reorganisatie wegens bedrijfseconomische redenen tot de in artikel 7:685 BW bedoelde veranderingen in de omstandigheden behoort, zodat de rechter kan onderzoeken of er sprake is van het vervallen van functies door reorganisatie. De Rechtbank komt vervolgens tot het oordeel dat er niet meer voldoende werkzaamheden beschikbaar zijn en dat werkneemster op grond van anciënniteit voor ontslag in aanmerking komt. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 1999/128, Rechtbank Amsterdam, 14-04-1999, H 98.2532

Werkgeefster heeft werknemer reeds bij brief gewaarschuwd dat bij een volgende overtreding ontslag op staande voet zou volgen, zodat zij dat medio juni niet nogmaals behoefde te doen. Werknemer had er dus rekening mee moeten houden dat dit ook een oproep zou kunnen zijn om op korte termijn weer aan het werk te gaan. Nu hij dat niet heeft gedaan, is ook op deze grond het ontslag terecht gegeven. Deze zaak is behandeld door: Bas Westerhout.

 

JAR 2009/293, Kantonrechter Haarlem, 30-09-2009, 431021/AO VERZ 09-668

Naar het oordeel van de kantonrechter houdt het ontbindingsverzoek geen verband met het bestaan van een opzegverbod. Het ontbindingsverzoek is niet gegrond op de zwangerschap van de werkneemster, maar op bedrijfseconomische omstandigheden. Dat sprake is van bedrijfseconomische omstandigheden die ontslag noodzakelijk maken en dat de functie van de werkneemster is komen te vervallen, is voldoende komen vast te staan. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst daarom ontbinden per 1 november 2009. Voor een latere ontbindingsdatum is geen aanleiding, nu geen sprake is van reflexwerking van het opzegverbod. Deze zaak is behandeld door: Thijs Muffels


JAR 2001/42, Kantonrechter Amsterdam, 06-12-2000, EA 00-3644

Hoewel aan Werknemer ook wel slecht werknemerschap te verwijten is, is er om – onder andere – bovengenoemde redenen sprake van slecht werkgeverschap zijdens DNB. DNB heeft – algemeen gesproken – onvoldoende inzicht verschaft in de redenen waarom een dergelijke zo passend mogelijke functie in beginsel al twee schalen zou mogen afwijken, zonder enig daaraan gekoppeld ontwikkelingsperspectief, ook niet na verzoek van Werknemer daartoe. Om onder andere deze redenen kent de kantonrechter aan Werknemer een vergoeding ter hoogte van ƒ 285.500,= bruto toe bij de ontbinding. Deze zaak is behandeld door: Gé Lieshout.