LW Artikelen

Terug

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en het concurrentiebeding

datum: 1 juli 2021

Sinds de inwerkingtreding van de Wwz geldt de hoofdregel dat bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen concurrentiebeding kan worden gesloten. Afwijking van deze hoofdregel is alleen mogelijk indien uit een bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Indien geen motivering in de arbeidsovereenkomst is opgenomen zal een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd nietig zijn.

Wat onder ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ moet worden verstaan is niet nader door de wetgever bepaald.  Wel is tijdens de parlementaire geschiedenis gesproken over ‘hele specifieke kennis of bedrijfsinformatie die de werknemer op zal doen, waarbij de werkgever onevenredig wordt benadeeld als de werknemer overstapt naar een concurrent’. En voorts is daar overwogen dat van geval tot geval ‘een specifieke afweging met een bijbehorende motivering zal moeten worden gemaakt.  Om die reden ‘kan geen algemene uitspraak worden gedaan over welke zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen aan de orde moeten zijn om een dergelijk beding te rechtvaardigen.’

Hoewel de wetgever geen nadere handvatten heeft geboden omdat van geval tot geval zal moeten worden beoordeeld of het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zijn in de literatuur toch voorbeelden te vinden van mogelijk toereikende motiveringen, zoals bijvoorbeeld:

Bovenbeschreven concurrentiebeding wordt overeengekomen vanuit de noodzaak de zwaarwegende [bedrijfs/dienst]belangen van Werkgever te beschermen. Werkgever [beschrijving van de unieke/innovatieve producten en/of diensten die Werkgever binnen zijn sector ontwikkelt]. De producten en de dienstverlening die door Werkgever worden ontwikkeld hebben een dusdanig [uniek/innovatief] karakter dat elke vorm van informatie daarover is onderworpen aan een strikt geheimhoudingsregime. Werkgever is voor het bestaan van zijn onderneming [volledig/grotendeels] afhankelijk van de unieke door hem ontwikkelde producten en bijbehorende dienstverlening en de positie die Werkgever daarmee inneemt in de markt waarop hij actief is. Om die reden heeft hij er een zeer groot belang bij dat Werknemer gehouden wordt aan een concurrentiebeding zoals hierboven beschreven, teneinde te voorkomen dat concurrerende partijen soortgelijke of gelijke producten en diensten kunnen ontwikkelen op basis van [recente, specifieke, strategische, cruciale en/of essentiële] kennis die de werknemer vanuit zijn dienstverband met Werkgever, in de functie van [functienaam] waarin hij [beschrijving specifieke werkzaamheden Werknemer], meeneemt als hij in dienst treedt bij dan wel zich op andere wijze verbindt aan een concurrerende partij. Werknemer erkent het belang van Werkgever en aanvaardt het concurrentiebeding met het oog op dit belang.’

De Rechtbank Den Haag maakte recent weer eens duidelijk dat een dergelijke “standaard” motivering onvoldoende is omdat het hier niet ging om een op maat gemaakt beding dat specifiek voor deze werknemer was opgesteld, maar de werkgever gebruik had gemaakt van een standaard sjabloon. Reeds omdat maatwerk ontbrak bij het opstellen van het beding kon – zo oordeelde de rechtbank – er ook niet op werknemersniveau een afweging hebben plaatsgevonden over de noodzakelijkheid van het beding. Dit geldt eens temeer als de schriftelijke motivering slechts een algemene en uitvoerige opsomming bevat, die voor ieder ander commercieel bedrijf zou kunnen gelden. In plaats daarvan had de werkgever concreet moeten vermelden welke specifieke kennis (en dus niet meer algemene kennis die bij ieder bedrijf kan worden opgedaan) de werknemer bij deze werkgever zou opdoen alsmede waarom de werkwijze van deze werkgever zo uniek (en dus niet vergelijkbaar met de werkzaamheden van andere werkgevers) is dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwichtige bedrijfsbelangen.

 

Conclusie

Het formuleren van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen die een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd rechtvaardigen blijkt in de praktijk een lastige, zo niet ondoenlijke opgave. Als een concurrentiebeding om commerciële redenen echt van belang is, zou dit reden kunnen zijn om in dat geval niet te kiezen voor een overeenkomst voor bepaalde tijd, maar direct een overeenkomst aan te gaan voor onbepaalde tijd, al dan niet in combinatie met een lange(re) opzegtermijn, zodat de concurrentiegevoelige informatie ten tijde van de overstap naar de concurrent in ieder geval al (aanzienlijk) verouderd is.

 

Auteur: Bas Westerhout

Bron uitspraak: Rechtbank Den Haag, 31 mei 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:5901

Arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd en het concurrentiebeding