LW Actualiteiten

Terug

Het derde WW-jaar, beter ten halve gekeerd...

datum: 15 mei 2017

Het Sociaal Akkoord van 2013 was een politiek compromis met vele gebreken. De meest halfbakken afspraak in dat Akkoord was die over de reparatie van het derde WW-jaar. Die reparatie kwam op tafel, omdat eerder was besloten dat de maximale duur van de WW-uitkering met ingang van 2016 werd bekort van 38 naar 24 maanden. Voor degenen die in de periode tussen 1 januari 2016 en 31 maart 2019 werkloos zijn geworden, geldt een overgangsregeling. De vakbonden vonden dat die bekorting moest worden teruggedraaid. Werkgevers waren eigenlijk tegen reparatie, vakbonden vóór en het kabinet wilde zelf geen vantwoordelijkheid nemen.

 

Een onhandige afspraak

Het gevolg van de verdeeldheid was een vage afspraak, die iedere partij op zijn eigen wijze kon uitleggen. En in plaats van het maken van een duidelijke en principiële afspraak over hoe we in Nederland met de gevolgen van langdurige werkloosheid omgaan, is deze kwestie vooruitgeschoven naar de decentrale tafels van de cao-onderhandelingen. Onzinnig en onhandig. De achterliggende jaren is het onderwerp bij veel cao-onderhandelingen geagendeerd, zonder dat dat op enige schaal geleid heeft tot afspraken. De vakbonden stelden dat het derde WW-jaar terug moest komen omdat dat in het Sociaal Akkoord afgesproken was. Werkgevers stelden daar tegenover dat het Sociaal Akkoord alleen maar bepaalde dat partijen er over moesten praten. Nadat er over gepraat was, stelden werkgevers dat daarmee dus aan de afspraak uit het Sociaal Akkoord was voldaan; bonden bleven achter met een kater.

 

Een poging tot oplossing

Op zichzelf is het dus goed dat sociale partners op centraal niveau hebben getracht nadere afspraken te maken om de onbevredigende onduidelijkheid weg te nemen. Op 10 mei jongstleden hebben sociale partners, verenigd in de Stichting van de Arbeid, een brief gestuurd met daarin de uitgangspunten voor de uitvoering van de WW (en de WGA) in het derde jaar van werkloosheid. Uit de brief blijkt dat de Stichting van de Arbeid weinig oog heeft voor versimpeling en begrijpelijkheid van regelingen. Waar is het gezond verstand gebleven?
 

Niet simpel en eenduidig

In mijn ogen is het onbegrijpelijk dat men dit (ook maatschappelijk) belangrijke onderwerp nog steeds decentraal via cao-onderhandelingen wil laten oplossen. Waarom hebben sociale partners niet een helder politiek besluit in Den Haag afgedwongen? Gewoon voor iedereen dezelfde oplossing: wél een jaar aanvulling of géén jaar aanvulling, of iets daartussenin, maar dan ook hetzelfde voor allen die zo onfortuinlijk zijn langdurig werkloos te worden. Dan was de uitvoering buitengewoon simpel geweest: gewoon onderbrengen binnen de huidige WW-uitvoering, dus bij het UWV. Het enige wat dan moet worden aangepast is de premieverdeling tussen werkgevers (het mag niet duurder worden) en werknemers. Hoe moeilijk kan dat zijn? In plaats van de keuze voor een simpele oplossing is nu gekozen voor een gedrocht met (maximaal) 10 zogeheten verzamel-cao's, een stichting PAWW, een uitvoerder (Raet) en een hele nieuwe set van uitvoeringsregels. Er is gekozen voor een omslagstelsel, een premie-inschatting voor de komende jaren (als "bijdragepad" aangeduid, wie bedenkt zo'n term) en "zachte" rechten. Cao-partijen kunnen vrijwillig toetreden en (met een opzegtermijn) uittreden. Indien partijen bij een arbeidsvoorwaarden-cao besluiten om uit te treden, zijn alle werknemers, die mogelijk jarenlang premie betaald hebben, in één klap hun aanspraken kwijt (en ook de ingelegde premie helaas).

 

Onbegrijpelijke complexiteit

Het is onbegrijpelijk dat is gekozen voor het toevoegen van een complexe parallelle wereld aan de reeds bestaande uitvoeringswereld op het terrein van de WW. 

Uivoeringstechnisch wordt dit een drama, met grote risico's voor werknemers, die wel de premie moeten opbrengen, maar geconfronteerd worden met zachte rechten en mogelijk zelfs in het geheel geen aanspraak, indien toevallig net door het betreffende bedrijf of de betreffende bedrijfstak is gekozen voor uittreding uit het systeem.

 

De conclusie

Laten we tot bezinning komen en dit onzalige pad verlaten. Laat het nieuwe kabinet de knoop doorhakken en daarmee voorkómen dat in Nederland grote ongelijkheid op het terrein van inkomensvoorziening bij langdurige werkloosheid gaat ontstaan. Sluit alsnog aan bij de bestaande WW-regeling voor wat betreft de uitvoering en de daarbij behorende regels. Maak een totale premieverdeling tussen werkgevers en werknemers die recht doet aan het gezamenlijke uitgangspunt dat de (extra) kosten voor dekking van het derde WW-jaar opgebracht worden door werknemers. Kortom: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. 

 

Auteur: Peter Lindenbergh 

 

Het derde WW-jaar, beter ten halve gekeerd...