LW Actualiteiten

Terug

Rechter moet op de stoel van werkgever

datum: 26 januari 2018

Onbegrijpelijk, onredelijk en onverteerbaar. Dat is naar mijn overtuiging het oordeel van een rechter in Noord Nederland. Werknemer was in dienst getreden als Master Production Scheduler (MPS) bij DSM, een wereldwijd opererend bedrijf, actief in welzijn, voeding en materialen. Vanaf 2014 nam het belang van een goede planning, duidelijke communicatie en flexibiliteit wegens het vollopen van de fabrieken van DSM toe. Vanaf dat moment werd een dalende trend in het functioneren van werknemer zichtbaar. Het functioneren van werknemer werd over 2015 en 2016 als ondermaats beoordeeld. Zodoende heeft DSM in het kader van goed werkgeverschap een verbetertraject ingezet. Ondanks alle - aantoonbare! - inspanningen die in het traject zijn gestoken heeft dat het functioneren van werknemer niet verbeterd. Bij gebreke van mogelijkheden tot herplaatsing werd werknemer - zonder protest daartegen - vrijgesteld van werk en heeft DSM zich tot de kantonrechter gewend met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

 

En dan volgt de redenering van de rechter:

  1. DSM heeft werknemer zonder voorbehoud aangesteld in de functie van MPS-er zodat moet worden aangenomen dat werkgever werknemer daartoe kennelijk geschikt heeft geoordeeld.
  2. Werknemer heeft in de periode 2009 t/m 2014 naar tevredenheid gefunctioneerd.
  3. Vanaf 2014 moest werknemer (vanwege het vollopen van de fabrieken) zijn functie langzamerhand volledig gaan vervullen terwijl dat daarvoor niet het geval was; verzwaring van de functie aldus de rechter.

 

Mijn redenering:

  1. Aanstelling in een functie betekent niet dat werknemer voor onbepaalde tijd geschikt zal blijven voor de functie.
  2. Dat een werknemer eerder naar tevredenheid heeft gefunctioneerd is niet relevant: vast staat immers dat werknemer daarna meerdere jaren onvoldoende functioneerde.
  3. Van een werknemer mag worden verwacht dat hij zijn functie tijdens de overeengekomen arbeidsduur volledig uitoefent: dat is geen verzwaring maar het nakomen van een verplichting

Tijd dat de rechter op de stoel van de werkgever gaat zitten om te ervaren dat een werkgever eigenlijk geen kant op kan. Ook dat is onbegrijpelijk, onredelijk en onverteerbaar.

 

Bron: Rechtbank Noord-Nederland 11 januari 2018

Auteur: Thijs Muffels 

Rechter moet op de stoel van werkgever