LW Actualiteiten

Terug

Het concurrentie- en relatiebeding: groeiende economie - groeiend aantal geschillen?

datum: 3 juli 2018

Bij een groeiende economie groeit doorgaans ook het aantal geschillen over het concurrentie- en relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. Is een concurrentiebeding een adequaat middel om werknemers te behouden? “Ja” is dan toch het antwoord: een deugdelijk concurrentie- en relatiebeding maakt het bijzonder lastig voor werknemers om bij een concurrent te gaan werken. Tevens wordt met een deugdelijk beding het “bedrijfsdebiet” van de werkgever veiliggesteld. Het bedrijfsdebiet waarvan klanten de verpersoonlijking zijn bepaalt immers de waarde van de onderneming en het is zaak dat debiet dus te beschermen door middel van dergelijke bedingen. En dat zeker in een groeiende economie waarin werknemers van de ene op de andere dag naar andere concurrerende werkgevers stappen. 
 

Praktijkvoorbeeld

Zo ook de werknemer in de onderhavige procedure. Hij had met zijn werkgever een arbeidsovereenkomst gesloten waarbij hij zich had verbonden om per 1 februari 2015 arbeid tegen loon te verrichten. De door partijen ondertekende schriftelijke overeenkomst bevatte een concurrentie- en relatiebeding met boete. De werknemer vorderde bij de rechter in kort geding schorsing van de betreffende bedingen maar de voorzieningenrechter heeft de vordering in eerste aanleg afgewezen. 

 

Schorsing concurrentie- en relatiebeding?

De werknemer is standvastig en gaat in hoger beroep. De bij het Gerechtshof voorliggende vraag is dan of werknemer door het beding, in verhouding tot het te beschermen belang van werkgever, onbillijk wordt benadeeld. Het hof concludeert dat enerzijds aannemelijk is geworden dat de dienstbetrekking op initiatief van werknemer ten einde is gekomen en dat werkgever niet geheel ten onrechte vreest voor benadeling doordat werknemer kennis draagt van bedrijfsgegevens en persoonlijk contact had met klanten, terwijl anderzijds de omvang van het door het beding bestreken gebied relatief beperkt is en de werkingsduur van het beding tot een jaar is beperkt. Daarbij komt dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat werknemer een reële positieverbetering bij zijn nieuwe werkgever wacht en dat onvoldoende aannemelijk is dat werknemer door het beding ernstig nadeel ondervindt bij het vinden van een passende werkkring of dat sprake is van bijzondere de persoon van werknemer betreffende omstandigheden. 

Onder deze omstandigheden wordt de werknemer, in verhouding tot het te beschermen belang van werkgever, door het beding niet onbillijk benadeeld. De door werknemer gevorderde schorsing is niet toewijsbaar, ook niet in hoger beroep. En dat geldt ook voor de door werknemer gevorderde betaling van een vergoeding over de periode dat werknemer geen werkzaamheden voor zijn nieuwe werkgever heeft kunnen verrichten.

 

Temporele en geografische beperking concurrentiebeding

Let op: voor werkgevers is het voor de handhaving van een concurrentiebeding (waarvan het relatiebeding een bijzonder vorm is) in elk geval van belang dat de reikwijdte van het beding - geografisch èn temporeel - is beperkt. Geografisch: een verbod (bijvoorbeeld) geldend voor Nederland (of zelfs binnen een specifieke straal van (bijvoorbeeld) 75 km met de vestigingsplaats van werkgever als middelpunt). Temporeel: een verbod geldend voor de duur van één jaar na einde arbeidsovereenkomst. 

 

Bron: Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 juni 2018

Auteur: Thijs Muffels 

 

Meer artikelen over het concurrentiebeding?

Bedingen in het arbeidsrecht: werkgever let op 

- De belangenafweging bij het concurrentiebeding 

 

Het concurrentie- en relatiebeding: groeiende economie - groeiend aantal geschillen?